De Schermsport
Schermen is vanuit de historie gezien een sierlijke, snelle en tactische vechtsport. De bedoeling is de tegenstander te treffen zonder zelf getroffen te worden. Er wordt geschermd met drie verschillende wapens, namelijk: floret, degen en sabel.
Schermen is nu een sport, maar vroeger was schermen, vooral bij de elite, een pure noodzaak om te overleven. We spreken dan van het duelschermen. Dit is lange tijd in gebruik geweest om door middel van een duel de aangetaste eer te herstellen. Een duel was een gevecht van man tot man, op leven en dood.
Nadat het duelleren werd verboden ontwikkelde het schermen zich meer en meer in sportieve zin. Het schermen is een sport geworden, waarbij het niet langer het doel is elkaar te verwonden, maar wel om elkaar te (over)treffen. Degene die als eerste de aanval pakt en raakt, krijgt een punt, met partijen tot de 5 of 15. Schermen zoals we het nu kennen is een van de oudste sporten en maakt al sinds 1896 deel uit van het Olympisch programma.
Tijdens het gevecht moet de schermer zijn/haar tegenstander dus te snel af zijn om als eerste de punt te pakken. Dit kan zowel door subtiele trucjes als door explosieve aanvallen. Toch wordt bij het schermen niet hard met de wapens geslagen. Het is juist de kunst om het wapen zo te leren beheersen, dat met kleine snelle bewegingen treffers kunnen worden gemaakt; een precieze aanval is altijd moeilijker te weren dan een wilde uithaal.
Naast de aandacht voor de eigen aanval moet de schermer voortdurend vooruit plannen. Terwijl zij/hij plannen maakt of een opening zoekt, staat de tegenstander natuurlijk ook niet stil! Op de hoede zijn voor de listen van de tegenstander vereist concentratie, inzicht, reactievermogen en beweeglijkheid... En dit kun je allemaal op onze schermtrainingen ontwikkelen!